Dossier Sociaal Liberalisme

Paasakkoord 2005 en de toekomst van D66
Zaterdag 2 april jongstleden was het ingelaste congres over het Paasakkoord 2005. De uitkomsten van dit congres geven stof tot nadenken, vindt Johan van Leeuwen.
8 mei 2005 Lees verder »

Sociaal-liberalisme
Fractieassistent Johan van Leeuwen heeft op compacte wijze beschreven wat "sociaal liberaal" nu eigenlijk inhoudt. 1 dec 2004 Lees verder »

Heeft D66 nog reden van bestaan?
Misschien was de onrust er al langer maar ik ontdekte het een paar weken voor de Europese verkiezingen. Allerlei lieden begonnen zich zorgen te maken over als D66 nul zetels zou halen bij de komende Europese verkiezingen. Het doemdenken was niet van de lucht. 28 sep 2004 Lees verder »


Paasakkoord 2005 en de toekomst van D66

Zaterdag 2 april jongstleden was het ingelaste congres over het Paasakkoord 2005. De uitkomsten van dit congres geven stof tot nadenken.

Het congres vond haar aanleiding in het op oneigenlijke gronden tegenstemmen van de PvdA en GroenLinks Eerste Kamerfracties over het wetsvoorstel om de benoemde burgemeester uit de grondwet te halen, ondanks de substantiële toezeggingen van Minister Thom de Graaf. Achteraf bleek uit interviews met de verschillende hoofdrolspelers dat de PvdA Eerste Kamerfractie tegen gestemd heeft omdat zij alleen een door de gemeenteraad gekozen burgemeester wilde. Thom de Graaf had dus kunnen toezeggen wat hij wilde de PvdA had toch tegen gestemd. Keiharde machtspolitiek dus. Thom de Graaf kon niet anders dan aftreden.

Dinsdag 29 maart was door de PvdA een spoeddebat aangevraagd in de Tweede Kamer over het aftreden van Thom de Graaf en het Paasakkoord en dat werd live uitgezonden. Met stijgende verbazing heb ik naar dit debat zitten kijken, in het bijzonder naar de bijdragen van PvdA en GL. Volgens hen was het allemaal de schuld van CDA, VVD en D66, die hadden Thom de Graaf niet de ruimte gegeven om de PvdA tegemoet te komen. Hoe onbeschaamd kun je zijn om te vragen aan een sociaal-liberaal om te kiezen voor een door de gemeenteraad gekozen burgemeester en daarvoor een rechtsreeks door de burgers gekozen burgemeester te laten vallen? Geen woord van uitleg over hoe deze partijen in eerste lezing in Eerste en Tweede Kamer en in tweede lezing in Tweede Kamer voor stemden, om vervolgens in tweede lezing in de Eerste Kamer tegen te stemmen. Nota bene over een destijds door PvdA minister Klaas de Vries ingediend wetsvoorstel. Geen woord van uitleg waarom deze fracties het de burger niet toevertrouwen hun eigen burgemeester te kiezen. Geen woord van uitleg waarom deze fracties in de Eerste Kamer op oneigenlijke argumenten tegen stemden. Geen woord hoe het nou toch kon dat Bos en Halsema de regie over hun Eerste Kamer fracties kwijt waren geraakt. In de taal van het oude volk noemt men dat een gotspe.

De donderdag voor het congres werd bekend dat onze Landelijk Voorzitter Alexander Pechtold de opvolger van Thom de Graaf zou worden. Geen slimme zet van Boris Dittrich want op deze manier werd het congres onder druk gezet om het Paasakkoord te steunen. Ook de inhoud van het Paasakkoord hielp niet echt. Het is beslist mager te noemen. Ook zijn er nog steeds veel leden die alleen met de arrogante regenten van conservatief-links (PvdA en GL) willen samenwerken. Dit bleek tijdens het congres toen fractie en landelijk bestuur alleen door de steun van Roger van Boxtel, Jan Terlouw, Els Borst, Hans van Mierlo en Thom de Graaf verder kon.

Mijns inziens waren de volgende redenen bepalend in de stellingname van het congres. 1-Wij zijn tot dit kabinet toegetreden omdat wij in de hervormingsagenda van dit kabinet kansen zagen om eigen standpunten te verwezenlijken die in een kabinet met PvdA niet mogelijk zouden zijn. 2-Staatsrechtelijk gezien kan een kabinet alleen vallen als een coalitiegenoot het vertrouwen in het kabinet opzegt. Dat was hier duidelijk niet het geval. 3-In principe hebben wij ons voor vier jaar aan dit kabinet verbonden en als verantwoordelijke partij loop je dan niet weg. Zeker niet als bijna de oogstperiode gaat beginnen. 4-De kwaadheid van het congres over het “kunstje” dat PvdA en GL ons geflikt hebben. 5-De meerderheid van de aanwezige leden van mening is dat D66 zich moet verbreden tot een echte liberale partij, waarbij de “kroonjuwelen” een van de vele speerpunten zijn.

Boris Dittrich pakte dit laatste punt meteen op en zegde toe dat hij met een voorzet zou komen voor de toekomst van D66. Inmiddels is in de afdelingen en regio’s de discussie hierover losgebarsten.

Concluderend een aantal punten ter overdenking. Het sociaal-liberalisme, kind van de verlichting, is in rechte lijn terug te voeren tot 1780 (Aan het volk van Nederland van Johan-Derk Baron van der Capellen tot den Pol) en is daarmee ouder dan de Franse Revolutie en welke politieke stroming in Nederland dan ook. In die 225 jaar van haar bestaan heeft zij goede en slechte tijden gekend, maar is er altijd weer bovenop gekomen. Zij trok haar leden en kiezers uit het weldenkende deel der natie. Dit geld vandaag de dag nog steeds. Hoewel wij de meest democratische en meest open politieke partij zijn, zijn wij gewoon een politieke partij. Niet voortdurend naar andere partijen kijken, maar op eigen kompas varen. Onze principes en ideeën zijn de moeite waard om uitgedragen te worden. Wij moeten wanneer wij punten binnenhalen die ook claimen, in de zin van “zonder D66 was dit of dat niet gerealiseerd”. Maak daar handzame lijstjes van en verspreid dit onder de leden zodat zij op verjaardagen en andere bijeenkomsten dit gemakkelijk kunnen gebruiken. Hier moeten wij onze kracht vandaan halen. Het sociaal-liberale D66 hééft bestaansrecht in Nederland.

Door Johan van Leeuwen, fractieassistent D66 Almere 8 mei 2005

Naar boven E-mail link


Sociaal-liberalisme

Het sociaal-liberalisme is van oudsher een stroming binnen de liberale ideologie. Binnen de liberale ideologie bevindt zij zich op de linkervleugel. Er wordt naast sociaal-liberalisme ook wel van vrijzinnig-democratie, ontplooiingsliberalisme of linksliberalisme gesproken.

Zij is kind van de verlichting en de Bataafse en Franse revolutie. Zij heeft een optimistisch mens en toekomstbeeld en is vooruitstrevend. Voor liberalen belangrijke begrippen als beperking van staatsmacht, scheiding der machten, scheiding van kerk en staat, verdediging van de rechtsstaat, parlementaire democratie, algemeen kiesrecht, het vrijwaren van de private levenssfeer van individuen, het tegen monopolies en coöptatie zijn, zijn allen hierop terug te voeren. Ook het belang dat liberalen hechten aan collectieve goederen en diensten zoals onderwijs, bibliotheken, musea, cultuur, openbaar vervoer en nutsvoorzieningen zoals gas, water, riolering en elektriciteit komen hieruit voort.

Zij gaat net als de liberale mainstream uit van de individuele vrijheid, dat wil zeggen dat mensen vrij moeten zijn van bemoeienis en belemmering (negatieve vrijheid). Echter het sociaal-liberalisme gaat hierin verder. Mensen moeten de mogelijkheid krijgen zich te ontwikkelen. Daartoe is negatieve vrijheid alleen niet voldoende. Mensen zijn in aanvang een samenstel van potenties en talenten. Die talenten en mogelijkheden zullen zich echter niet altijd kunnen ontwikkelen. De belangrijkste opgave van de politiek is dan ook daarvoor de voorwaarden te scheppen en te garanderen. Sociaal-liberalen stellen zich dan ook tot doel de mensen de vrijheid te geven zich te ontwikkelen (positieve vrijheid).

Uit bovenstaande volgt dat sociaal-liberalen zich vanzelfsprekend inzetten voor de emancipatie van groepen in achterstandssituaties.

Om dit te kunnen doen is een actieve staat en een open samenleving nodig. In de eerste plaats omdat de vrije markt tekort schiet in het produceren van sommige noodzakelijke publieke goederen en diensten (bijvoorbeeld goed en toegankelijk onderwijs). In de tweede plaats omdat de vrije markt niet iedereen gelijkwaardige kansen geeft zich te ontwikkelen. De overheid mag echter niet de economische ontwikkeling belemmeren. Geld dat in de publieke sector uitgegeven wordt, wordt immers in de vrije markt verdiend. Sociaal-liberalen zoeken voortdurend naar de juiste mix van overheid en vrije markt. In de derde plaats is een open samenleving nodig om ieder individu de ruimte te geven zich te ontwikkelen. Iemands talenten en mogelijkheden zouden bepalend moeten zijn voor zijn plaats in de samenleving i.p.v. afkomst, geboorte en financiële middelen van ouders / familie.

Positieve vrijheid vraagt echter ook om verantwoordelijkheid van individuen. De vrijheid van de een houdt op daar waar de vrijheid van de ander in het gedrang komt.

Uit bovenstaande volgt ook dat het sociaal-liberalisme internationaal ingesteld is. Immers wat voor Nederland geldt, geldt ook voor daarbuiten, meer zelfs.

In de tweede helft van de twintigste eeuw is daar de zorg voor het milieu bijgekomen.

Het sociaal-liberalisme in kernbegrippen:

Individu; positieve vrijheidsidee; verantwoordelijkheid; verdraagzaamheid; sociale rechtvaardigheid; gelijkwaardigheid; algemeen belang; vooruitstrevend; open samenleving; emancipatie; internationaal; milieu; rechtsstaat; representatieve parlementaire democratie; Universele verklaring van de rechten van de mens; vrijheid van meningsuiting; vrijheid van vergadering; vrijheid van godsdienst; scheiding van kerk en staat; scheiding van bestuur, wetgeving en rechtspraak;

Filosofen:

John Locke (1632-1704):“Two Treatises of Government”, “Second treatise”.
Charles de Montesquieu (1689-1755): “Trias Politica”.
David Hume (1711-1776):“Political Discourses”.
Adam Smith (1723-1790):“Wealth of nations”.
Immanuel Kant (1724-1804):Diverse werken.
John Stuart Mill (1806-1873):”On Liberty”, “Utilitarianism”, “Charakter”.
John Dewey (1859-1952):“Democracy and education”.
John Maynard Keynes (1883-1946):liberaal overheidsingrijpen in de vrije markt.
Sir Karl Popper (1902-1994):”The open society and its enemies”.
Sir Isaiah Berlin (1909-1997):“Historical Inevitability”, ”Two concepts of liberty”.
John Rawls (1921-2002):“A theorie of justice”; “Political Liberalism”.
Ralph Dahrendorf (1929-):“Auf der Suche nach einer neuen Ordnung”.

Belangrijke personen voor het sociaal-liberalisme:

Johan-Derk Baron van der Capellen tot den Pol (1741-1784)
Dirk Donker Curtius (1792-1864)
Johan Rudolf Thorbecke (1798-1872)
Samuel van Houten (1837-1930)
N.G. Pierson (1839-1909)
J.P.R. Tak van Poortvliet (1839-1904)
Balthus Pekelharing (1841-1922)
Arnold Kerdijk (1846-1905)
P.W.A. Cort van der Linden (1846-1935)
Hendrik Goeman Borgesius (1847-1917)
Aletta Jacobs (1854-1929)
Wim Treub (1858-1931)
Henri Marchant (1869-1956)
P.J. Oud (1886-1968)
Hans van Mierlo (1931-)

Stamboom sociaal-liberale partij:

1885 Liberale Unie
1892 Radicale Bond
1901 Vrijzinnig-Democratische Bond
1966 D66

Door Johan van Leeuwen,
fractieassistent Almere
1 dec 2004

Naar boven E-mail link


Heeft D66 nog reden van bestaan?

Misschien was de onrust er al langer maar ik ontdekte het een paar weken voor de Europese verkiezingen. Allerlei lieden begonnen zich zorgen te maken over als D66 nul zetels zou halen bij de komende Europese verkiezingen. Het doemdenken was niet van de lucht. “Als wij straks 0 zetels halen dan is het gebeurd met ons. Dan loopt het kader weg”, zo werd gezegd. “Misschien moeten we toch maar met PvdA of VVD fuseren” zeiden anderen. Het leidde aan de borreltafel tot aardige discussies. Een aantal, vooral oudgedienden, wilden alleen lid worden van de PvdA en nooit van de VVD en een aantal anderen, vooral nieuwelingen wilden alleen lid worden van de VVD en nooit van de PvdA. Een enkeling wilde gewoon doorgaan met D66. U begrijpt die enkeling was ik.

Het sociaal-liberale D66 is samen met de conservatief-liberale VVD onderdeel van de eerste hoofdstroming in de Nederlandse politiek, namelijk de liberale stroming. Zij is rechtstreeks terug te voeren op het begin van de moderne politiek, namelijk het verschijnen in 1780 van het boek “Aan het volk van Nederland” van Johan-Derk Baron van der Capellen tot den Pol. Dit revolutionaire boek bepleitte onder andere voor democratie met rechtstreekse verkiezingen en algemeen kiesrecht. Het was een grote aanklacht tegen de Oranje en regenten oligarchie. Het leidde in 1787 tot de Patriottenopstand en na de Franse Revolutie van 1789 tot de Bataafse Republiek. De ideeën van de Patriotten/Bataven waren inmiddels zo diep geworteld dat na 1815 het niet mogelijk bleek om alles terug te draaien.

Opvallend aan de Liberale hoofdstroom in Nederland is dat zij vrijwel vanaf het begin verdeeld is geweest tussen een vooruitstrevende vleugel en een behoudende vleugel. In de negentiende eeuw zelfs enige tijd in drie stromingen. De ideologische voorgangers van D66 zijn op de periode 1945-1966 na onafgebroken aanwezig geweest in de Nederlandse politiek. De ideologische stamboom van D66 begint dus in 1780 als patriotten. Vervolgens in de Bataafse Republiek van 1795 als democraten. Zij grepen in 1797 door een coup als unitaristen voor 6 maanden de macht. Hierna in 1848 met Donker Curtius en Thorbecke liberalen. In de tijd van het districtenstelsel waren er sociaal-liberale kamerleden zoals Sam van Houten, Goeman Borgesius en Pierson. Vanaf 1880 als Radicale Bond en als Vrijzinnig-Democratische Kamerclub binnen de Liberale Unie. Van 1901 tot 1945 als Vrijzinnig-Democratische Bond. En dan komt in 1966 D66. In al die tijd (224 jaar) is er een redelijk consistente ideologie en een redelijk consistent aantal kiezers, namelijk zo rond de 5%. De sociaal-liberalen zijn aanstichters of direct betrokken geweest bij alle grote veranderingen in de Nederlandse politiek (Patriottenopstand, emancipatie middengroepen, rooms-katholieken en Joden, invoering democratie, eerste sociale wetgeving, algemeen mannenkiesrecht, kiesrecht voor vrouwen, wettelijk mogelijk maken euthanasie, Paars, liberalisering winkelsluitingstijden, homohuwelijk, moderniseren sociale zekerheid). Het sociaal-liberalisme in Nederland in casu D66 heeft dus in ieder geval tot nu toe reden van bestaan gehad.

Heeft D66 voor de toekomst nog reden van bestaan?

D66 is opgericht uit een gevoel van teleurstelling in de andere politieke partijen die de boel de boel lieten. Wat dat betreft is er niet veel veranderd. De maatschappij loopt inmiddels ver vooruit op de politiek. Een tekortschietende overheid die vaak niet in staat is om noodzakelijke regels nageleefd te krijgen. Vervolgens geven diezelfde overheid en SP, GL, PvdA, VVD en CDA de “egoïstische, calculerende en geatomiseerde burger” hiervan de schuld. Onderwijl het Status Quo handhavend. U begrijpt dat modernisering van de democratie broodnodig is.

De rol van de overheid en de omvang en inhoud van het publieke domein zullen onvermijdelijk opnieuw gedefinieerd moeten worden. Aangepast worden aan de maatschappelijke werkelijkheid. Het eindplaatje zal waarschijnlijk een kleine maar actieve en vooral krachtdadige overheid zijn. De impuls hiertoe kan alleen van D66 komen. D66 is de enige partij die hier reeds over heeft nagedacht.

Ook de integratie van allochtonen is een zaak die voorlopig niet weg zal gaan. Want na de integratie zal onvermijdelijk de emancipatie van de allochtonen volgen. Voor een deel gebeurt dit reeds, met name de hoog opgeleide en ambitieuze allochtone middengroep. Om dit proces tot een goed einde te brengen is een realistische, rationele en genuanceerde aanpak nodig.

Het toenemende gevaar van terrorisme is ook zo’n kwestie waar voortdurend de balans gezocht moet worden tussen een goede bescherming tegen terrorisme en de rechten van de burgers. Ook hier is D66 onmisbaar.

Kortom zeggen wij niet: “democratie voor een goed bestuur en rechtstaat; sociaal omdat we zonder de zorg voor de achterblijvers de gemeenschap niet bijeenhouden en vrijheid voor ontplooiingskansen, welvaart en geest”.

Dus heeft D66 nog reden van bestaan? Ja, driewerf ja!!!

Door Johan van Leeuwen,
fractieassistent Almere
28 sep 2004

Naar boven E-mail link


Terug